|
Het was het jaar 1402, toen Hendrik III., de Normandier Jean de Bethencourt opdracht gat, Lanzarote in te nemen. De taak bleek zeer eenvoudig, omdat Lanzarote dunbevolkt was en geen mogelijkheden voor de inheemse bevolking bood zich terug te trekken. Goud en edelstenen werden hier vergeefs gezocht, maar de mensen werden verkocht op slavenmarkten om de kosten van de verovering te dekken. De kerk dekte op dat moment, in de naam van God, de slavenhandel, want zij waren "ongelovigen", die moesten lijden.
Tot de 15e eeuw dulde de Spaanse kroon het reilen en zeilen aan de randgebieden van hun soeverein gebied, totdat na de herovering op de Moren van het Iberisch schiereiland, zij besloot de Canarische Eilanden Gran Canaria, La Palma en Tenerife te veroveren. De achtergrond was echter niet dat men er hoopte rijkdommen te vinden, per slot van rekening wist men van de ervaringen van de Fransman. De belangrijkste reden was dat de handel over land naar India en China verloren was gegaan, die men dacht door een route via de Canarische Eilanden weer instand te zetten. Men was zich bewust van het strategisch belang bij de gouden kusten van Afrika. Ook Christoffel Columbus ontdekte Amerika vanuit de Canarische Eilanden, waarbij La Gomera en Tenerife nog steeds ruzieën over waar hij eindelijk heeft zijn vloot uitgerust. De meerderheid van de onafhankelijke informatie bronnen, neigt naar La Gomera.
Als laatste van de drie Canarische Eilanden viel Tenerife door de laatste gevechten bij La Laguna, La Matanza en La Victoria, en bracht deuiteindelijke Spaanse overwinning. De lauweren hiervoor plukte de Conquestador Alonso de Lugo, die de leiding had van de veldtocht in opdracht van de Spaanse kroon. Voordat dit doel was bereikt, waren er vele intriges om de macht en pogingen om de Guanchenvorsten diplomatiek te onderwerpen, maar allemaal zonder succes. De oorlog was ondanks de militaire inferioriteit van de Guanchen zeer moeilijk, omdat het eiland Tenerife heel veel natuurlijke schuilplaatsen bood, dus het eiland was moeilijk te veroveren. Vandaag noemen we zoiets waarschijnlijk guerrillaoorlog.
Tot de verovering van Tenerife, werd het eiland door een vorst, de "Mencey", geregeerd. Na zijn dood werd het eiland onder zijn volgelingen als een taart verdeeld.
Het leven na de Spaanse verovering
De periode na de Spaanse verovering was niet makkelijk voor de bevolking. Voor de Spanjaarden stond op de eerste plaats de economische exploitatie van de nieuw veroverde gebieden op het programma. Aangezien het toerisme nog niet was uitgevonden en er geen goud of edelstenen aanwezig waren, bleef, met uitzondering van de slavernij, voor de inheemse bevolking slechts de landbouw over. Besloten werd vrij snel tot de teelt van suikerriet, omdat men hiervoor goede prijzen kon realiseren in Europa. Als arbeidskrachten zetten ze naast de Guanches ook slaven uit Afrika in. Wonen op Tenerife had absoluut niets te maken met de naam uit de oudheid - De eilanden van de gelukzaligen-. De Guanchen kenden alleen de landbouw voor eigen gebruik. Nou moesten ze plotseling een monocultuur bedrijven, met een product dat werd geëxporteerd naar een land dat waarschijnlijk nooit een Guanche te zien zou krijgen. Dit kolonialistisch plaatje bestond meerdere eeuwen. In de loop der tijd werden voornamelijk alleen de producten veranderd.
Een interessante periode was weer in de 18e eeuw, toen het Spaanse vasteland zich tegen de invoer van wijn door de quotaregeling weerde, omdat de Canarische wijnen werden geproduceerd door goedkope arbeidskrachten en goedkoper waren dan de wijnen van het Spaanse vasteland.Die quotaregeling werd vervolgens omzeild met smokkel, totdat de Canarische Eilanden in 1852 tot een vrije handelszone werden verklaard, die tot op heden nog bestaat. Eerst in deze tijd kwam het tot hervormingen, die met name de mensenrechtensituatie duidelijk verbeterde en de verdeling van bezittingen en macht vooral op eerlijkere manier werden gereguleerd. De genoemde situatie van de mensen verbeterde zich in het tijdperk van de Verlichting en van het liberalisme. |
|